| 19e eeuw
Een strategische route, een economische noodzaak
In 1821 kondigt het industriële tijdperk zich aan. De regio Nord-Pas de Calais, rijk aan steenkool, staat aan de vooravond van een ongekende economische ontwikkeling die haar aanzien volkomen zal veranderen. Met name in het gebied Roubaix-Tourcoing vragen de wol en textielindustrie, de speerpunten van de locale economie, om een voortdurende aanvoer van hun twee voornaamste grondstoffen: water en kolen. Waterbeheer en de ontwikkeling van communicatienetwerken worden belangrijke strategische uitdagingen. Het “kanaalproject”, dat Frankrijk met België verbindt, is ontstaan onder druk van locale producenten en handelaars, maar ook door de politieke wil om commerciële activiteiten in de regio te bevorderen
Meer dan 50 jaar werk
In 1831 is het eerste deel klaar, het kanaliseren van de rivier de Marque van de Deûle tot de stad Croix. Twaalf jaar later wordt, na talloze tracéwijzigingen, het kanaalgedeelte dat Roubaix met de Belgische grens verbindt ingewijd, tegelijk met het kanaal van Spiere. Vervolgens ondervindt het project keer op keer vertraging door problemen met het oorspronkelijke tracé, waarbij in Roubaix een tunnel was gepland. Het eerste kolenschip, "la Décidée", arriveert pas in januari 1877 in Roubaix. In 1893 wordt Tourcoing aangesloten op het vaarwegennet.
Eindelijk is het kanaal klaar.
Eind 20e eeuw
Red het kanaal of het verhaal van een ongekende mobilisatie
In de jaren 1970 begint voor de regio Nord-Pas de Calais een periode van economische terugval, die resulteert in de sluiting van de textiel en wolindustrie. De hevige concurrentie van het wegvervoer veroorzaakt een sterke daling van het vervoer over water in Frankrijk. De scheepvaart op het kanaal neemt af, om uiteindelijk helemaal te verdwijnen. In 1985 wordt het kanaal gesloten voor de scheepvaart.
Tijd voor mobilisatie
De sluiting heeft grote gevolgen voor de instandhouding van dit historisch en cultureel erfgoed. Verwaarloosde sluizen en bruggen liggen weg te roesten, oevers verzakken, jaagpaden storten in, het kanaal slibt dicht, de waterkwaliteit gaat achteruit… Er wordt zelfs voorgesteld een rondweg aan te leggen op de plaats van het kanaal. Met andere woorden, er moet voor het ergste gevreesd worden. Maar dankzij het enthousiasme en de wilskracht van plaatselijke betrokkenen, die weigeren het kanaal aan zijn lot over te laten, richten een veertigtal Franse en Belgische organisaties een gezamenlijke vereniging op en gaan zich inzetten voor de redding van de vaarweg.
21e eeuw
Het kanaal, Europese ‘blauwe link’, motor van stadsvernieuwing
De beweging om het kanaal te redden krijgt een impuls door de bijdrage van stadsarchitect Christian Devilliers. In 1994 organiseert de Planologische Dienst van Lille in het kader van het gemeentelijke bestemmingsplan een ideeënwedstrijd, met als thema “de inrichting en ontwikkeling van het gebied rond het kanaal van Roubaix”. Het "Rapport Devilliers” toont het belang aan van het kanaal als verbindingselement van een grootschalige stadsvernieuwing en laat zien welke mogelijkheden een herstelde, levende en drukke waterweg biedt.
Zo wordt het "kanaalproject", oorspronkelijk bedoeld als milieuvriendelijk initiatief ter opwaardering van de kanaaloevers, in korte tijd een stedelijk project met grootstedelijke ambities en grensoverschrijdende belangen.
In 1998 komen plaatselijke organisaties, de gemeenteraad van Lille, de regio Nord-Pas de Calais, het Waterbedrijf Artois Picardie en vaarwegbeheerder Voies Navigables de France overeen om het kanaal weer open te stellen voor de scheepvaart. De eerste fase van de werkzaamheden heeft plaats in de periode 2002-2003.
Na uitgebreide studies, met name het “Project inrichting en ontwikkeling van Deûle tot Schelde” (Projet d'aménagement et de développement de la Deûle à l'Escaut , PADDE ), en na de samenstelling van een gedetailleerd dossier over de technische, financiële en samenwerkingsaspecten, heeft Europa toegezegd het project financieel te ondersteunen via de programma’s Doelstelling 2 en Interreg IIIB.
Zie kaarten
|